Welkom, herken jij jezelf in de verhalen die hier verteld worden of wil je hier meer over weten? Word dan lid en praat gezellig mee. Iedereen is welkom op het gebied van spiritualiteit.

Alles wat vermeld wordt op deze website is naar waarheid van de poster zelf, neem enkel datgeen aan waar jij jezelf goed bij voelt.
Ieder zijn/haar eigen waarheid, respecteer deze...

[ Advertenties ]
Online Tarot Legging - Spirituele Datingsite

Het is momenteel 14-12-2017, 01:43:53

Alle tijden zijn UTC+01:00




Nieuw onderwerp plaatsen  Reageer op onderwerp  [ 12 berichten ] 
Auteur Bericht
BerichtGeplaatst: 06-01-2011, 17:57:33 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
In de onderstaande posts stonden enkele hoofdstukken van een verhaal dat ik schrijf.
Om persoonlijke redenen heb ik die verwijderd, doch niet de reply-posts.

Excuses voor het ongemak.

Onderaan de pagina staan wel nieuwe gedichten en kortverhalen.
Kijk eens.

T.A.S.

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Laatst gewijzigd door AppelSerpent op 27-09-2012, 19:06:02, 6 keer totaal gewijzigd.

Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 06-01-2011, 18:02:51 
Offline
Gids
Gids
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 27-01-2007, 17:40:04
Berichten: 7643
Locatie: Onder een hoedje van papier
Ik ben benieuwd!

_________________
Hoi. Ik lijk op Jezus.
Ben ik nu de Messias of een Jezusfiguur?


Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 06-01-2011, 18:05:55 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
Zal worden verwijderd

mijn excuses

T.A.S.

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Laatst gewijzigd door AppelSerpent op 27-09-2012, 19:03:41, 2 keer totaal gewijzigd.

Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 06-01-2011, 18:08:18 
Offline
Gids
Gids
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 27-01-2007, 17:40:04
Berichten: 7643
Locatie: Onder een hoedje van papier
gaaf hoor =).

Hier passen denk ik je verhalen het beste ;).

Overigens ben ik niet weg van je genre, maar dat komt door mn eigen interesses :p.

_________________
Hoi. Ik lijk op Jezus.
Ben ik nu de Messias of een Jezusfiguur?


Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 06-01-2011, 18:08:46 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
Zal worden verwijderd

mijn excuses

T.A.S.

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Laatst gewijzigd door AppelSerpent op 27-09-2012, 19:03:20, 1 keer totaal gewijzigd.

Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 09-01-2011, 04:47:54 
Offline
Elf
Elf

Lid geworden op: 08-01-2011, 21:52:19
Berichten: 518
Locatie: Noord-Brabant
Ik zal morgen/straks eens lezen en je van commentaar voorzien ;D
Veel succes alvast!

_________________
I don't paint dreams or nightmares...

I paint only my version of reality!


Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 12-01-2011, 17:40:10 
Offline
Elf
Elf

Lid geworden op: 08-01-2011, 21:52:19
Berichten: 518
Locatie: Noord-Brabant
Ik vind het tot nu toe een heel leuk verhaal, ben erg benieuwd hoe het verder gaat :P
Er zijn wat kleine puntjes die ik zou veranderen. (Hoeft niet, mag) Dit is geen kritiek hoor :)

Hoofdstuk 1:
Citeer:
andere catastrofale miskleunen hadden geleid tot verwoestingen van ecosystemen en vele nieuwe ziektes. De zee was zwart met gifgroene verkleuringen, de mensen waren grauw

Misschien kan je ervan maken "Andere catastrofale miskleunen (wat is miskleunen?) hadden geleid tot DE verwoesting van ecosystemen en vele nieuwe ziektes. De zee was zwart met gifgroene verkleuringen, de mensen ZAGEN grauw"

Citeer:
De wereld werd vernietigd op dezelfde tijd als ze werd gemaakt

Kan het niet beter zijn: "De wereld werd vernietigd IN dezelfde tijd als ze werd gemaakt"

En misschien wat meer omschrijvingen erbij? Ik ben er ook niet zo fantastisch in, maar het helpt de lezer zich in te beelden hoe alles eruit ziet. Ook heb ik als tip om niet te vaak iemands naam te gebruiken, zeg dan zoiets als man of muis of joh of whatever, zeg maar...

Verder vind ik het echt goed :) Ga zo door.
Als je meer foutjes denkt te hebben kun je me altijd vragen om betere zinnen :P

Groetjes en veel succes met schrijven!

_________________
I don't paint dreams or nightmares...

I paint only my version of reality!


Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 26-02-2011, 16:33:54 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
Zal worden verwijderd

mijn excuses

T.A.S.

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Laatst gewijzigd door AppelSerpent op 27-09-2012, 19:02:27, 1 keer totaal gewijzigd.

Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 26-09-2012, 17:02:54 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
Na een betrekkelijk lange en ontspannende pauze weg van dit forum is AppelSerpent terug
Verheugt u volkeren alle landen.
Gauw, té gauw misschien zal het heidens serepent u weer zijn vruchten presenteren.
Nog rijpend aan de boom of geplukt en gerijpt.

Kortverhalen en dedichten zullen deze vruchen zijn, grotere projecten als Escx en Noorden hou ik voor mezelf,
maar: meer informatie? Zelf poëzie of een verhaal posten hier?
Laat iets weten via in een persoonlijk bericht of via AppelSerpent@hotmail.be

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 27-09-2012, 18:28:24 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
Hier geef ik je een hopelijk leuk verhaaltje, geniet en laat iets weten.

T.A.S.


Drie Berkenkinderen

Het is dichtbij een klein dorp, niet eens de moeite waard om te vermelden. Wel, dichtbij dat dorp is er een bos. Het is klein bos, net als het dorp. Maar het was groot genoeg om er een eenzaam plekje te kunnen vinden.
Een eenzaam plekje te midden van de beuken en eiken die het bos vormden, de ouden het diepst verscholen en de jongen aan de rand, het bos langzaam doen uitdijen.
Zelden stond er een auto op de zanderige parking aan de rand van het bos. Uitzonderlijk stonden er twee auto’s op die parking, maar dan wel dicht bij elkaar. Alsof de voertuigen bij elkaar gezelschap zochten op die desolate parking, bij dat desolate bos, dichtbij het gehucht dat zich dorp mocht noemen.
Vanaf de parking begon een zielig pad, dat het bos in kronkelde. Het pad had de neiging om te eindigen in het niets en dan weer te beginnen, enkele meters verder. Als je wist hoe je het pad moest volgen en waar het te verlaten kwam je uiteindelijk uit op een open plek met een heuvel. Op die heuvel stonden drie berken, als vreemdelingen op hun heuvel in het eiken- en beukenbos. Eén berk was net iets groter en robuuster dan de andere twee en één was dan een weinig kleiner dan de anderen. Vijfenveertig passen van de heuvel vandaan stroomde een beek. Vijfenveertig passen als je door braamstruiken heenstapte. Zesenzeventig passen als je om de struiken heen stapte. De beek had zich enkele mijlen stroomopwaarts afgesplitst van een grotere rivier.
Kleine beek, klein bos, klein dorp, logisch.
De berken stonden er al lang, maar toch veel minder lang dan de andere bomen in het bos. Eigenlijk stonden ze er nog maar relatief kort.
De berken ondergingen, samen met de rest van het bos, de warme stralenbundels van de zon. Elke morgen wilden de berken zich strekken naar de zon. Maar bomen zijn zo traag en de zon is sneller. Voor de bomen zich konden strekken was de zon al weer onder en bijgevolg bleven ze staan, haast onbeweeglijk.
Zo verging iedere dag voor de berken. Voor eenieder lijkt het saai maar voor bomen maakt het niet echt uit. Hoewel de berken toch uitkeken naar sommige dagen waar alles veel sneller ging dan het hun gewoonte was.
Het waren de eerste dagen van de lente toen hij, zoals altijd, kwam. Met zijn grijze vest en zware wandelschoenen aan. De desolate parking was één auto rijker vandaag. Hij had het pad gevolgd en wist waar het te verlaten. Nu liep hij de heuvel op en ademde de frisse lentelucht in, haast als een bergbeklimmer op de top van zijn berg. Onmiddellijk liep hij naar de grootste berk en liet zich neerploffen op de bosgrond. Gemakkelijk leunde hij tegen de stam van de boom. Die ritselde een fluisterend welkom met zijn bladeren, of was het gewoon de wind?
De man keek rustig naar de wolken, voortgedreven door de wind op een kalm tempo, als schapen en hun herder. Een zucht en het was kalm, de kalmte die de man zo nodig had. Zijn bekommernissen stroomden uit hem weg bij deze kalmte en, oh, wat vond hij het zalig. Hij liet zijn duim liefkozend over de ring aan zijn linkerringvinger glijden, de ring die hij niet zou moeten dragen. Niet meer tenminste.
Als een boom zou kunnen wensen dan zou deze gewenst hebben dat hij kon buigen en zijn takken troostend op de schokkende schouders van de man plaatsen. De tranen wegvegen. Maar hij kon enkel troostend met zijn bladeren ruisen. Dus de man huilde stilletjes, met de rug tegen de stam van een boom die niet kon troosten.
De zon schreed gestaag voort aan de hemel om uiteindelijk langzaam te verdwijnen achter de bomen in het westen.
Net toen de laatste zonnewarmte van zijn gelaat verdween, opende de man zijn ogen en stond op. Hij had zijn verdriet afgeworpen, het begraven onder de wortels van de robuuste berk. Die zou zijn verdriet verwerken, voor hem, hij deed niets liever. Na een klopje op de berkenstam liep de man rustig weg. De grote berk wuifde hem na met zijn takken, of het was de wind weer.
Dag werd nacht en nacht weer dag, opnieuw en opnieuw, berken ondergingen de stralenbundels van de zon en zagen ze weer verdwijnen om daarna te sluimeren onder de aanwezigheid van de maan…
Schrille kreetjes vulden de lucht, hoe te lopen wisten ze niet, maar ze liepen liefst niet te veel op dat saaie pad. Zij wist wel hoe ze moest lopen, deftig op het pad en er dan vanaf, naar de heuvel. Voor de heuvel bleef ze staan en glimlachte. Ze keek naar de berk, niet die grotere, niet die Kleinere, die ertussenin. Middelmaat, niet opvallend tussen klein en groot. Ze stapte eropaf. Uit haar handtas nam ze een doekje en spreidde dat op de grond. Voorzichtig ging ze erop zitten. Als ze had opgelet had ze misschien die rilling van blijdschap door de stam voelen sidderen.
Terwijl haar twee koters beneden ravotten werd haar glimlach breder. Dit moest ze vaker doen, lachen en hier naartoe komen. In een opwelling maakte ze het knotje in haar haren los, de jaren vielen van haar af met dat enkele gebaar. De hele middag lachte ze, speelde met de kinderen en herinnerde zich de leuke momenten van haar nog jonge leven. Natuurlijk waren er ook minder leuke momenten. Momenten van enkele jaren. Jaren die mooi waren begonnen maar geëindigd in vechten en schreeuwen. Gelukkig had ze nog haar twee schatten van jongens. Die ze wel constant in de gaten moest houden opdat ze niet te dicht bij de beek zouden spelen. Want dan werden ze vies. Je kunt net zo goed keurig spelen vond ze.
Net voor de avond riep ze de kinderen en ze kwamen zonder mokken en met blozende kaakjes af. De spulletjes werden gepakt, de heuvel achtergelaten, het pad gevolgd naar de zanderige parking. Terwijl zij naar huis reed bleven de berken achter en rijfde de avond dag weer aan nacht. Zon wisselde met maan en regen goot neer.
Lentebui.
Lentebuien, dagen aan een stuk. Als berken konden zingen, dan zouden ze vrolijk zingen, daar in de verfrissende regen.
Toen de hemelsluizen eindelijk dichtgingen konden de berken nog wat dagen genieten van natte tenen en de vochtige lucht. Ze grijnsden die dagen vrolijk. Maar met niemand om de drie grijnzende berken te zien was het even onopgemerkt als het geluid van een vallende boom zonder iemand om het te horen. Toch verlangde Kleinere naar droge bosgrond en warme lucht. Wat met het goede weer kwam zij.
De zon scheen, lentefris, niet brandend zomers. Twee stemmen verstoorden vriendelijk de natuurlijke symfonie van het bos. Kleinere spitste haar bladeren, leek het. Zij barstte giechelend uit de struiken en hij kwam achter haar aan. Vlug liep ze de heuvel op en omhelsde de stam van haar berkenboom. Kleinere’s stam kreunde van genoegen bij dit weerzien en haar bladeren gniffelden zacht toen de jongen dichterbij kwam. Die kende ze nog van vorig jaar. Ze was blij voor het meisje. De twee vleiden zich naast elkaar neer in de schaduw van de drie berken en ze praatten vrolijk. Algauw kwam dan een kus, een knuffel…
En dra bloosde Kleinere onder haar bast terwijl twee geliefden genietend en passioneel leefden. Zo dicht bij haar stam. Onder haar bladerdak. Op een warme lentedag…
Maar veel meer dan een paar stemmen, vervaarlijk dichtbij, was er niet nodig om die twee schichtig als muizen te doen opspringen en hen er vervolgens als hazen vandoor laten rennen, luider dan een bus vol toeristen.
Een paar stemmen kwamen dichter en verschenen arm in arm. Als bomen konden wensen, dan zouden ze nu wensen zich te kunnen losrukken uit de aarde die hen kluisterde en vrolijk de twee ouderlingen te begroeten. Maar bomen kunnen niet wensen en dus kwam het koppel kalmpjes de heuvel op gesjokt. De man leunde op zijn wandelstok en raakte elke stam aan, zijn vrouw maakte datzelfde tedere gebaar. Soms konden ze in de bomen hun kinderen herkennen. Misschien waren ze gewoon sentimenteel, maar het zou toch kunnen dachten ze dan.
Met weemoed dacht de man terug aan die keren dat hij hier geweest was, om te planten.
Het had altijd geregend als hij kwam om te planten, maar in zijn euforie had hij nog vrolijk gezongen terwijl hij berken plantte in een bos vol eiken en beuken. Berken… Waar hadden zijn gedachten gezeten toen hij berken plantte te midden beuken en eiken. Bij zijn vrouw en kind, kinderen, natuurlijk. Hij glimlachte, zij ook.
Een koppel leunde tegen elkaar aan, op een heuvel in een bos, dichtbij een dorp, op een warme, beloftevolle lentedag…

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 27-09-2012, 18:53:45 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
Kort gedicht op nog bij te voegen.
opnieuw, hopelijk geniet je er van.

Herinneringen

Ringen van herinneringen, die ons binden, kluistrend aan ’t verleden.
Gekluisterd aan wat was en beladen met herinneringen naar wat zal zijn.
Ringen van herinneringen worden gesmeed to ketens om te kluisteren.
Er zijn ringen zwak, die breken zonder veel gezwoeg
en ringen sterk, om ons bij te blijven,
de één vederlicht, stralend goud,
de ander zwaar als lood,
kwellend achter ons aan rammelend.
We ploegen door ’t leven, ketens vergarend, op weg naar meer.
We bezwijken uiteindelijk allen onder onze ketens,
verworden zelf een ring in andermans keten.
Ringen van herinneringen, in een leven vergaard en gesmeed to ketens.
Ketens om op het laatst af te werpen en dan vrij door te gaan,
vrij zonder die
ringen van herinneringen…

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Omhoog
   
BerichtGeplaatst: 04-10-2012, 19:01:15 
Offline
Kabouter
Kabouter
Gebruikersavatar

Lid geworden op: 04-01-2011, 21:06:20
Berichten: 197
Locatie: Appelboom, Edens tuin
Nog een kort verhaaltje, wij hopen dat het u kan bekoren.

Moeder viel flauw in de keuken,vader kon haar nog net opvangen.

Samen liepen ze van school, ze hielden elkaars hand vast want de landweg was verlaten.
Op wat koeien in een wei na. Die zouden toch niets vertellen.
Niets zouden de dwaas starende koeien vertellen over de twee, hand in hand .
De beesten zouden het niet eens willen vertellen, want dan zou het gelukkige paar niet meer, hand in hand, langs hun weide lopen.
Als koeien zich überhaupt interesseerden voor dingen groter dan het melken en grazen, vast wel, dan toch zeker voor zo iets beeldschoons.
Zij was Linde en hij heette Will. Niet dat ze hem ooit zo noemde, nee. Altijd noemde ze hem Wilg.
Zij vond het dolkomisch, Linde en Wilg! Hij vond het onnozel, maar toch oh zo lief, Linde en Wilg!
Linde stopte plots, zonder enige aanleiding. In stilte keek hij haar vragend aan. Zijn hand werd losgelaten.
“’t Voelt alsof je de veiligheidslijn doorsnijdt terwijl ik over het koord loop.” Zo had hij haar ooit verteld.
“Je hebt hoogtevrees, wat loop jij in godsnaam op een koord te doen?” was haar antwoord toen geweest.
“Ik volgde jou.”
“Ik heb ook hoogtevrees!”
“zullen wij elkaar dan maar op de begane grond volgen?”
“Nee! Dat is bijlange na niet zo spannend!”
Zo was het toen gegaan. Nu wenkte zij hem. Glimlachend kwam hij dichter.
Haast als een hongerig roofdier drukte zij zich tegen hem aan. Wel niet hongerig of te lustig,maar gewoon als uiting van hetgeen haar hart van overliep; liefde voor hem.
Haar lippen zochten de zijne, heur handen woelden door zijn donkerblonde haar. Hij sloeg zijn armen om haar heen en zij veranderde van hongerig roofdier in een snorrend katje.
Zo bleven ze minutenlang staan. Uit beleefdheid wendden de koeien zich af van de liefdevolle omhelzing waar ze niemand ooit over zouden vertellen. De koeien zouden er eeuwig en drie dagen over zwijgen, want zo had Linde het hen eens loeiend doen beloven.
Dit is dus het bewijs dat die beesten wel degelijk de magnitude van dit alles berepen.
Hij trok zich terug uit de kus en ontsnapte uit de bijhorende omhelzing, doch ze volgde hem op de voet, opnieuw haar lippen tegen de zijne vlijend.
Een halfhartig protest van hem werd door haar lippen gesmoord en hij besloot om er nog wat langer van te genieten.
Voor de derde maal stapte hij achteruit, een finger op haar warme lippen leggend, opdat ze hem niet weer zou kussen en hij niet opnieuw zou besluiten nog even te genieten. Ondertussen waren ze al een flinke meter opgeschoven.
Het puntje van haar tong likte plagen over zijn wijsvinger.
De stilte werd door zijn lach gebroken. Zij grijnsde naar hem.
De stilte, al verbroken, hield het voor bekeken en hij zei. “Je moet naar huis.”
“Jij niet dan?”
“Oh juist, ja!”
“Warhoofd.”
“Heethoofd”
“Blondine.”
“Lichte brunette.”
Grappend en grollend liepen ze verder over de verlaten landweg tussen weides.
Elkaars handen lieten ze los toen ze in de buurt van het dorp kwamen.
Het zanderige pad fietspad waar ze zoeven over liepen ruilde zich in voor het lichtgrijs steen van het voetpad. Het zag er nog schoon en vrolijk uit in het zonlicht.
Langs het dorpsplein, rechtdoor een zijstaat in, zo gingen ze.
Wijl de drang om elkaars hand vast te pakken onderdrukt werd gingen ze door.
Op een gegeven moment stak zij over naar de rechterkant van de straat.
Op praktisch het zelfde moment ging hij naar rechts, de straat over.
Zij opende de deur van het einde-van-de-rij-rijhuis en ging binnen, de deur sloot zij niet.
Door de nog open zijnde deur van het einde-van-de-rij-rijhuis ging ook hij binnen, diezelfde deur sloot hij achter zich.
“Dag kinders!”
“Dag kinders!”
Zo klonk het tweemaal.
Tweemaal werd er gerepliceerd.
“Dag vader, dag moeder.”
“Dag moeder, dag vader.”
“Jullie zijn later dan anders,” werd er door moeder vanuit de keuken geconstateerd.
“Er is toch niets gebeurd?”
Ogenblikkelijk volgden twee snelle excuses, goed gevonden, doch spijtig genoeg tezamen uitgelogen.
“Nee, te lang – tas vergeten – getreuzeld – in het – aan de schoolpoort – lokaal…”
“Euh… Een tegelijk?” zei de keuken.
Uit het zicht van moeder in de keuken boog Wilg voor Linde met een grijns en liet haar als eerste gaan.
Ze grijnsde en maakte een reverence naar hem.
“Warhoofd hier was zij tas vergeten in het lokaal, op de bovenste verdieping.”
“En mevrouw hier bleef maar praten en praten aan de schoolpoort.”
Hij grijnsde naar haar en zij stak haar tong uit naar hem.
“Ach zo, wel over een half uurtje is het eten klaar.”
Wilg tuitte zijn lippen naar haar en knipoogde nog speels.
Linde tikte echter met haar wijsvinger tegen haar slapen bij zijn onuitgesproken voorstel, doch ze glimlachte.
“Jongens?” klonk het vanuit de keuken toen het stil bleef, want gebaren en stille voorstellen worden niet gehoord.
“Ja moeder.” Klonk het in koor.
Ongemerkt doorkruisten ze de living waar vader zich zat te actualiseren met de krant van vorig weekend.
Trap op en kamers binnen, de aandacht volledig gericht op het schoolwerk tot de ‘Eten!’
Tezelfdertijd kwamen ze buiten en keken elkaar voor Wilg Linde liet voorgaan naar beneden.
Ze schoven aan tafel.
(wat ze eten kan ik me niet meer herinneren maar wat boeit het ook)
Linde en Wilg praatten na over hun taken voor school en school in het algemeen en vader en moeder bespraken de actualiteit.(van vorig weekend)
“Zeg Will, ” begon vader.
“Ch!” klonk het scherp van Linde, de lieverd had er een gewoonte van te maken wanneer haar vader Wilg bij zijn correcte en voor haar onoriginele naam noemde.
Niet dat ze resultaat boekte, buiten de versnelde vergrijzing van de arme man misschien.
“Vanavond is er voetbal op de buis, zin om te kijken?” ging vader gewoon verder.
“Ik heb niet echt zo’n zin vrees ik en m’n werk tegen morgen is nog niet echt af.” antwoordde Wilg, zoals altijd geamuseerd door het grapje van Linde.
“Dat is spijtig Will.”
“Ch!”
“Verdomme Linde! Je broer heet toch niet Wilg!” brieste vader, niet voor het eerst.
Linde was het wel gewoon en plaagde hem liever nog wat door zich demonstratief naar Wilg te keren en met klemtoon te zeggen.
“Zég Wilg.”
“Ja Linde?”
Ze schatereden het alle twee uit.
“Kleine kinders… Wordt dat binnen een week achttien?” verzuchtte moeder.
Vader stemde grommend in en bewerkte nijdig zijn rundsteak met zijn tanden.
(Blijkbaar weet ik toch nog wat ze aten, maar boeit het?)
Grinnikend aten de ‘kleine kinders’ verder en gingen daarna weer naar boven, vader voor de beeldbuis achterlatend met moeder ernaast.
Ze gingen elk naar hun kamers, doch na een uur, het kan iets minder geweest zijn en dat was het waarschijnlijk ook, kwam Linde uit haar kamer.
Ze liep zacht naar de deur die toegang verleende tot Wilgs kamer.
Ze klopte een keer uit beleefdheid, doch ze was zijn kamer al binnen en had de deur al gesploten voor hij ‘Binnen.’ Kon denken, laat staan zeggen.
“Binnen- ach waarom zeg ik het ook…” hij grijnsde wel breed naar haar, van de gelegenheid gebruik makend om zijn stijve nek eens te strekken. Hij had veel te lang gebogen over dat takenblad gezeten.
“Klaar Wilg?” vroeg ze.
“Bijna, ik enkel nog m’n kop nog te breken over die laatste vraag.”
Een zelfvoldane glimlach brak door Linde’s gezicht en ze nam de balpen uit zijn hand.
Vlug schreef ze wat neer op het blad.
“Oh echt grandioos, geen mens die ziet dat jij dat schreef.” Liet hij zijn stem druipen van de ironie, terwijl hij fronste naar Lindes totaal verschillende geschrift, wat een hanepoten…
“Ach wat maakt het ook uit?” haalde ze haar schouders op.
“Het is het principe dat telt.”
Zonder verdere uitleg greep hij haar rond heur middel.
Ze werd op zijn schootgetrokken en schaterde toen hij haar begon te kittelen.
‘Hehe! S-stop! Wilg! Je weet dat ik er niet tegen kan!”
“Daarom doe ik het ook.” Repliceerde hij met zo zoet mogelijke stem, de kittelende beul.
“Gemeen!”
“Verliefd.”
“Ik ook van jou, Wilg.”
Hij stopte en zij draaide zich om op zijn schoot. Enkele momenten lang keken ze elkaar diep in de ogen.
Lindes ogen flitsten naar de deur.
“Als er voetbal op staat komt hij niet naar boven.” Beantwoorde Wilg haar onuitgesproken vraag.
“En moeder?”
“Die horen we wel.”
Niet echt gemotiveerd om een argument te bedenken, glimlachte ze naar hem.
“Alsjeblieft.” Smeekte hij haar.
“Alsof ik ooit kan weigeren.”
Nu glimlachten ze beiden en Linde boog naar Wilg toe, of omgekeerd, of zij beiden naar elkaar.
Geluid onder aan de trap.
Linde veerde recht.
Wilg ging langzaam overeind zitten in zijn bureaustoel.
“Ik voel me moe…” begon hij.
Linde giechelde. “Van wat kussen?”
Ze ondernam vlug een poging om zijn haar wat te fatsoeneren, zodat het wat minder leek alsof ze er met haar handen door had gewoeld tijdens een partijtje kussen.
“Van jouw gezellige warmte.” Hoorde ze hem fluisteren.
“Oh wat lief.”
Was moeder dan niet binnengekomen, zonder kloppen en met een mand wasgoed, was Wilg waarschijnlijk weer geknuffeld.
“Waarom hebben jullie ook een eigen kamer?” ze zuchtte, ze zuchtte redelijk veel, maar enfin.
“Hup Wilg naar je kamer.”
Logischerwijs barstten de twee uit in luid gelach.
Nadat ze eenmaal haar verstrooidheid had opgemerkt lachte moeder ook even mee.
Linde verdween naar haar kamer.
Het einde-van-de-rij-rijhuis maakte zich klaar voor de nacht.
Eerst verdwenen de lichten uit de woonkamer en keuken, dan enkele boven en uiteindelijk ook de zwakke gloed van de leeslampjes in de slaapkamer van vader en moeder.
In zijn kamer staarde Wilg nietsziend in het duister, naar waar hij wist dat het plafond zich moest bevinden.
Een zwak gekraak van de klanken op de overloop vertelde hem genoeg en hij rolde op zijn zij.
Zijn gezicht keek naar de spleet licht die ter plaatse van het deurgat was verschenen, hij sloeg de lakens opzij.
Stiller dan een muis sloop Linde zijn kamer binnen, deed even geruisloos de deur achter haar dicht en kroop toen in zijn bed.
Gemakkelijk nestelde ze zich met haar rug tegen hem aan.
Liefdevol dekte hij haar toe en sloeg een arm om haar heen onder de deken.
“Slaapwel Linde, m’n lief.” Fluisterde hij.
“Liever?”
“Liefste.”
hun gefluister stierf langzaam weg en ze verzonken in een diepe slaap, met een geborgen gevoel om zo dicht bij elkaar te zijn.
Linde werd half wakker, ze voelde dat ze bewoog.
“Wilg?” mompelde ze.
“vijf uur, ik leg je weer in je bed, rust nog maar wat.” Fluisterde hij.
Ze bleef graag liggen in zijn armen en voelde hoe hij haar in bed legde.
Hoe hij haar teder toedekte.
Ze hoorde hem niet de deur sluiten, maar nog vaag was ze zich bewust van zijn lippen die de haren beroerden voor ze weer insliep.
Aldus vergingen de dagen van de eenzame landweg in het zicht van de koeien.
Van enkele stiekeme momenten en de onschuldige nachten in elkaars armen.
Ondanks hun warme, tedere en eerlijke liefde waren ze beiden droef.
Omdat het niet kon, niet behoorde te zijn. Omdat ze niet van elkaar mochten houden, toch niet zo.
Maar zoals Linde zei na hun eerste kus:
“Ik kan het niet, niet van je houden.”
Toen ze een jaar samen waren was Wilg in tranen uitgebarsten omwille van de hopeloosheid van het alles.
Het waren bittere tranen en nadat Linde het excuus had verzonnen dat zijn lief het had uitgemaakt en ze hem ging troosten had ze met hem meegehuild.
En nooit, nimmer, noemden ze elkaar broer of zus.
Net als iemand die een dierbare overledene niet ‘dood’ wil noemen.
Ze waren nu achttien, nog steeds jong. Leuk!
Uit voorzorg voor een ‘Gefeliciteerd!’ hadden Linde en Wilg apart geslapen.
Maar aangezien er geen ‘Gefeliciteerd!’ kwam konden ze rustig wakker worden en elkaar op de overloop nog een verboden en onstuimige verjaardagskus geven.
De ‘Gefeliciteerd!’ vond beneden plaats, in de woonkamer, met een grote taart.
Ze kwamen samen de trap af en moesten moeite doen om geen handen vast te houden.
Vanavond pas kwam de familie langs, maar hun kaartjes waren al gearriveerd zo bleek.
Het hele gezin lachte en was zo blij want:
“O ze worden zo snel groot!”
“Moeder doe niet zo dramatisch.”
En vader schraapte zijn keel, niet dramatisch, maar serieus genoeg om Linde te doen stoppen met het toeteren met feesttoeters naar Wilg.
Moeder ging naast haar echtgenoot staan en keek nu al even serieus.
“Will omdat we vinden dat je het verdient te weten en dit waarschijnlijk het beste moment is om het je te zeggen, “
Hij sprak plechtig genoeg om Linde te laten vergeten haar “ch!” te doen toen hij Wilg aansprak.
Instinctief ging ze dichter bij Wilg zitten en keek met evenveel nieuwsgierigheid naar haar vader als Wilg deed.
Opnieuw schraapte vader zijn keel.
“Jongen, hoewel we je zeker zo zien en daar nooit iets verandering in zal kunnen brengen ben je…niet echt onze zoon.”
Vader stopte even om zijn woorden te laten doordringen, maar zei toch nog eens voor de zekerheid.
“Je bent geadopteerd.”
Stilte
“E-echt?” hakkelde Wilg, verstijfd door deze plotse openbaring.
Naast hem zat Linde en ze trilde haast.
Ze bekeek hem met grote ogen alsof hij een geest was.
“Jij, jij bent mijn broer niet.” nu trilde ze wel.
“Ach kom, Linde! Het is niet omdat hij niet is geboren als je broer dat-” begon moeder, doch ze stopte abrubt toen iets gebeurde wat ze in al haar mogelijke scenario’s bij het medelen van dit nieuws, niet had kunnen bedenken.
(ze had er wel een paar.)
Linde besprong, letterlijk, Wilg.
Haar armen om zijn nek en haar benen op de zijne, als kers op de taart hun lippen tegen elkaar.
Een kus zoeter dan ooit tevoren.
Ze was dolgelukkig, hij ook trouwens.
Moeder viel flauw in de keuken,vader kon haar nog net opvangen.

_________________
Als de slang uit de appelboom geef ik jullie verleiding, syssend in jullie oren, de appel aanbiedend...


Omhoog
   
Berichten van vorige weergeven:  Sorteer op  
Nieuw onderwerp plaatsen  Reageer op onderwerp  [ 12 berichten ] 

Alle tijden zijn UTC+01:00


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


Je kan niet nieuwe berichten plaatsen in dit forum
Je kan niet reageren op onderwerpen in dit forum
Je kan niet je eigen berichten wijzigen in dit forum
Je kan niet je eigen berichten verwijderen in dit forum

Zoek op:
Ga naar:  
cron
© Copyright 2000 - 2013 SpiritueleJongeren.nl